Boudewijn Tarenskeen - Orestes

€ 0.00   

BOUDEWIJN TARENSKEEN - ORESTES -

TONEELGROEP AMSTERDAM, ASKO ENSEMBLE

CAPPELLA AMSTERDAM o.l.v. Daniel Reuss

Opgenomen op 5 en 12 november 2000 Opnamelocatie: Transformatorhuis Amsterdam, Amsterdam Productie: Annemieke Diderich Opnameproducent: Sem de Jongh Music Productions

Beluister fragmenten van deze cd

Acte I

Acte II

Acte III

Acte IV

TOELICHTING

Reünie in een ruïnelandschap

"ORESTES is een in een partituur nauwgezet genoteerde verslaggeving van een voorstelling die nimmer heeft plaatsgevonden; een schriftelijke registratie van een uitsluitend illusoire gebeurtenis; een herinnering aan alle tragedies, passies en hoogmissen die zich beeldloos aan me voltrokken, omdat ik om werkelijk te beleven toch altijd mijn ogen sloot." Aldus componist Boudewijn Tarenskeen over zijn concertante voorstelling Orestes, geschreven voor solisten (zeventien acteurs, drie vocale solisten), koor, instrumentaal ensemble en twee improvisatoren. In een brief aan regisseur Titus Muizelaar en dramaturge Janine Brogt schetst Tarenskeen het idee dat hem bij deze concertante voorstelling voor ogen staat: "Men rijdt in een sneltrein door een landschap met links ruïnes en rechts ruïnes. Niemand weet waarom precies. Precies weten betekent stoppen, navraag doen. Maar er wordt niet gestopt." 
Het landschap van ruïnes waaraan Tarenskeen refereert, bevindt zich in de hersenpan van de figuur waar deze tragedie naar is vernoemd: Orestes. Welbeschouwd speelt deze voorstelling zich af in zijn herinneringen en verbeelding, waar het gekreun van zijn vermoorde ouders Agamemnon en Klytaimestra zich vermengt met de smeekbedes van zijn geofferde zus Ifigineia en het gesteun van degenen die getuige waren van de rampspoeden die zijn familie troffen. Orestes is een telg uit een vervloekt geslacht waarin decadentie, overspel, moord, kinderslachting en kannibalisme meer regel dan uitzondering zijn. Ook aan zijn eigen handen kleeft bloed: hij vermoordde zijn moeder om zijn vader te wreken. Is hij een tandwiel in het raderwerk van het noodlot? Of draagt hij juist alle verantwoordelijkheid? Tart hij met zijn daad de wil van de goden, speelt hij met de wetten van de natuur? 
Zowel de muziek als het libretto, dat Tarenskeen hoofdzakelijk baseerde op tragedies van Aischylos en Euripides, hebben allerminst de pretentie om op dit soort vragen een eenduidig antwoord te geven. Tarenskeen laat Orestes rusteloos dwalen door zijn ruïnelandschap waar hij flarden van zijn verleden opnieuw beleeft. Gaandeweg belandt Orestes op de bodem van zijn ziel waar de hoofdpersonen uit zijn leven zijn gestold tot archetypen, zoals daar zijn: De Machthebber, De Moeder, De Dader, Het Slachtoffer, De Zieneres.
Anders dan in de oorspronkelijke tragedie van Aischylos wordt Orestes in deze voorstelling niet verlost uit zijn staat van wanhoop. De 'goede geesten', die bij Aischylos aan het eind hun opwachting maken, blijven hier buiten spel. Van verwerking van het verleden is in Tarenskeens versie geen sprake, getuige het tekstfragment in de epiloog: 'Bloed, opgeslorpt door de voedende aarde, is gestold tot een klont van wraak die niet oplost.'

Tekst, muziek en het niemandsland daartussen

Orestes is een ongenaakbaar stuk in de zin dat de tragedie zich niet op één enkele manier prijsgeeft. Het verhaal laat zich op meerdere niveaus vertellen en op meerdere niveaus verklanken, variërend van kwetsbaar en intiem tot bombastisch en ritualiserend. De voorstelling is onderverdeeld in vier aktes, elk met een eigen inhoudelijke thematiek, vertaald naar een muzikaal synoniem: kamermuziek, oratorium, opera en requiem.
Voor de acteurs geldt een aantal strikte spelregels:
- Men zit anderhalf uur roerloos;
- Alle teksten worden langzamer gesproken dan men zou willen;
- Het omslaan van de pagina's gebeurt gezamenlijk;
- De solisten zijn musici. Iedereen - behalve Orestes - houdt zich strikt aan het protocol van de concertpraktijk
Waar de meeste rollen door slechts één persoon worden vertolkt, ziin de rollen van Elektra en Orestes in drieën gesplitst: ze opereren als acteurspersoon, als antieke held(in) en als operazanger. In het geval van Orestes ziet die driedeling er als volgt uit:

- Acteur Pierre Bokma speelt zichzelf en plaatst zo de Orestesfiguur in het heden 
- Acteur Hugo Koolschiin speelt Orestes als een klassiek personage
- Zanger Charles van Tassel vertolkt Orestes als operafiguur.
- Als muzikaal tegenhanger van de acteurs is er het kunstkoor dat in het Duits vertaalde tragedieteksten zingt. Tarenskeen kiest voor het Duits omdat hij die taal associeert met gestandaardiseerde kunst. De muziek maakt een route langs verschillende religies, vanuit het gregoriaans via het oratorium naar de Koranische muziek van het Midden Oosten.
Tegenover het conservatisme van het kunstkoor staat de dynamiek van het tragisch koor, bestaande uit drie acteurs en een koorleider. Zij bespelen het domein tussen gesproken tekst en muziek, lopen met hun kreten en commentaar vooruit op de gebeurtenissen, blikken dan weer terug op het verleden en staan zodoende buiten het reële tijdsverloop. Evenals in veel andere Griekse tragedies cirkelen ook hier vogels rond. De vogels vormen de verbinding tussen het pantheon en het ondermaanse, zij registreren alles, kennen de taal van de goden en de mensen. De rollen van de vogels worden hier vertolkt door een improviserende klarinettist en tenorsaxofonist, die, nadat Agamemnon is vermoord, hun kreten slaken. Geen sterveling kan weten of het vreugdekreten zijn of kreten van rouw.

Korte inhoud

AKTE I Dood Ifigineia (op tekst van Euripides) - kamermuziek

Alvorens Agememnon uitvaart naar Troje offert hij zijn dochter Ifineia om de weergoden gunstig te stemmen, niet wetende dat hij hiermee de woede van zijn vrouw Klytaimestra op de hals haalt.

AKTE II Dood Agamemnon (op tekst van Aischylos) - oratorium

De Trojaanse oorlog is gewonnen. Agamemnon keert terug naar huis, tezamen met zijn minnares Kassandra. Laatstgenoemde heeft een onheilsvisioen over de lotgevallen van Agamemnons geslacht. Haar angstdromen worden bewaarheid: Klytaimestra vermoordt Agamemnon en Kassandra en bezingt haar triomf.

AKTE III Dood Klytaimestra (op tekst van Aischylos, Sofokles, Euripides) - opera

Orestes, de zoon van Agamemnon en Klytaimestra, opgegroeid bij zijn oom, begeeft zich incognito naar zijn vaders graf, waar hij zijn zuster Elektra treft. Aangevuurd door haar rouwklacht vermoordt hij zijn moeder en wreekt zo zijn vader en zijn zuster.

AKTE IV en Epiloog Waanzin Orestes (op tekst van Aischylos, Euripides) - requiem

Nauwgezet doet de bode verslag van de moord. Orestes wordt geplaagd dor wraakgodinnen. Hij tracht samen te vatten wat hij hoorde, wat hij zag en wat hij droomde. Er rest hem nog maar één wens: 'Laat los, laat los met uw troost!'

Saskia Törnqvist

Orestes

Reunion in ruinous landscape

"Orestes is a score which meticulously records a performance that never took place; a written registration of a purely illusory event; a reminiscence of all tragedies, passions and high masses I witnessed imageless, because I always closed my eyes in order to really experience it."
Composer Boudewijn Tarenskeen about Orestes, a work written for soloists (seventeen actors, three vocalists), chorus, instrumental ensemble and two improvisers, to be performed in a concert setting.
In a letter to director Titus Muizelaar and dramaturge Janine Brogt, Tarenskeen outlines his general idea about the work: "In an express train one rides through a landscape with ruins everywhere. No one knows exactly why. 'Knowing exactly why' means stopping, inquiring. But the train never stops."
The ruinous landscape Tarenskeen refers to is situated in the mind of the figure bearing the name of this tragedy: Orestes. In fact the whole performance takes place in his memories and imagination, where the groans of his murdered parents Agamemnon and Clytemnestra mingle with the pleas of his sister Iphigenia, who has been sacrifices, and the moans of those who witnessed the disasters that befell his family.
Orestes is the scion of a doomed family in which decadence, adultery, murder, infanticide and cannibalism are the order of t eh day. There is blood on his own hands too: he killed his mother to avenge his father. Is he but a small cog in the wheel of fate? Or is he the one responsible? Does he tempt the will of the gods, does he play with nature's rules?
Neither the music nor the libretto, which Tarenskeen mainly based on the tragedies of Aeschylus and Euripides, claim to give an unequivocal answer to questions of this kind. Tarenskeen has Orestes wander restlessly through his ruinous landscape where he relives fragments of his past. Gradually Orestes reaches the bottom of his soul, where the protagonists of his live have coagulates into archetypes like The Ruler, The Mother, The Perpetrator, The Victim, The Prophetess.
Unlike the original tragedy by Aeschylus, Orestes is not freed from his state of despair. The 'benevolent spirits' who enter the stage in the final moments of Aeschylus' tragedy, do not appear. In Tarenskeen's version the past is not dealt with, as is evidenced by this quotation from the epilogue: "Blood, absorbed by the feeding earth, is solidified into a clod of revenge that finds no resolve."

Text, music and the no-man's-land in between

Orestes is an opaque work in the sense that the tragedy does not reveal itself unequivocally. The story can be told and put to music on various levels, ranging from vulnerable and intimate to pompous and ritualistic. The work is divided into four acts, each with its own thematic content, translated into a musical synonym: chamber music, oratorio, opera and requiem. The actors are bound by stringent rules:
-They sit motionless for 90 minutes
-They speak the texts more slowly than they would normally do
-The pages are turned in unison
-The soloists are musicians. Everyone - except Orestes - strictly adheres to the protocol of the concert practice
Whereas most roles are played by just one actor, those of Electra and Orestes are divided into three parts: they operate as actors, as hero/heroine from classical antiquity and as a opera singers. In the case of Orestes, this tripartition in as follows:
-Actor Pierre Bokma plays himself and thus places the figure of Orestes in the present time
-Actor Hugo Koolschijn plays Orestes as a classical persona
-Singer Charles van Tassel interprets Orestes as an opera figure.
The actors' musical counterpart is the 'art chorus' singing texts from the tragedy translated into German. Tarenskeen has opted for a German version because he associates that language with standardised art. A succession of religion comes to the fore: from Gregorian chant and oratorio to Koranic music from the Middle East.
The conservatism of the 'art chorus' is placed in juxtaposition with the dynamics of the 'tragic chorus' consisting of three actors and a choirmaster. They operate in the domain between spoken text and music, anticipate future events with their shouts and comments, reminisce about the past and thus find themselves outside the actual narrative.
As in many Greek tragedies, Orestes is full of birds wheeling around. The connect the pantheon and the sublunary world, they see everything, speak the languages of man and that of the gods. In this work the birds are played by an improvising clarinettist and saxophonist who, after Agamemnon has been murdered, utter their screams. No mortal soul can tell whether these are cries of joy or of mourning.

Synopsis

ACT I Death of Iphigenia (text by Euripides) - chamber music
Before setting sail for Troy Agamemnon sacrifices his daughter Iphigenia to appease the weather gods. He is unaware of the fact that this deed kindles his wife Clytemnestra's fury.

ACT II Death of Agamemnon (text by Aeschylus) - oratorio
The Trojan War has been won. Agamemnon returns home, taking his lover Cassandra with him. She has a vision of doom regarding Agamemnon's fate. Her fears are confirmed: Clytemnestra murders Agamemnon and Cassandra sings about her triumph.

ACT III Death of Clytemnestra (text by Aeschylus, Sophocles, Euripides) - opera
Orestes, the son of Agamemnon and Clytemnestra, who was raised by his uncle, visits his father's grave incognito. He finds his sister Electra there. Driven by her lamentations he kills his mother, avenging the deaths of his father and sister.

ACT IV and epilogue Orestes' madness (texts by Aeschylus, Euripides) - requiem
The messenger gives a precise report in the murder. Orestes is plagued by furies. He attempts to summarise what he has heard, seen and dreamed. Only one desire remains: 'Leave off, leave off with your consolation!'


Saskia Törnqvist


Translation: Muse Translations, Caecile de Hoog

Cappella Brochure 2017 2018

Have a look at our new brochure 2017-2018!

Click here

Receive news about Cappella Amsterdam